Omschrijving
Een van de twee mannen zegt tegen zijn vriend: “Deze wonderbaarlijke wereld heeft zeker een plannenmaker en dit ordelijke land een eigenaar, deze volmaakte stad een bezitter en dit artistieke paleis een meesterbouwer. We moeten ons best doen om hem te leren kennen, want het is duidelijk dat hij degene is die ons hierheen heeft gebracht. Als we hem niet leren kennen, wie anders zal ons dan kunnen helpen? Wat kunnen we verwachten van deze zwakke wezens, die geen acht op ons ...